Ouderschapsverlof

Ouders met kinderen tot acht jaar hebben recht op ouderschapsverlof. Beide ouders kunnen ouderschapsverlof opnemen. 

De werknemer kan ouderschapsverlof krijgen voor zijn of haar kind, adoptiekind of erkend kind. Ook kan de werknemer ouderschapsverlof opnemen voor een pleegkind, stiefkind of aspirant-adoptiekind, indien het kind bij de werknemer woont volgens de basisregistratie personen.

Het ouderschapsverlof bedraagt 26 keer het aantal werkuren per week. De opname van het verlof gebeurt in overleg tussen werkgever en werknemer. De werknemer meldt het voornemen verlof op te nemen ten minste twee maanden vóór de beoogde ingangsdatum. Het verlof kan aaneengesloten of, indien de werkgever daarmee instemt, gespreid worden opgenomen. De werkgever mag het verlof niet weigeren. Wel kan de werkgever in geval van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, na overleg met de werknemer en tot vier weken vóór de beoogde ingangsdatum, de invulling van het verlof wijzigen (verplaatsen).

Tijdens het ouderschapsverlof behoeft de werkgever het loon niet door te betalen. Ook bestaat geen recht op een uitkering. De werknemer bouwt evenmin vakantiedagen op over de verlofuren.

Wetsvoorstel: vanaf augustus 2022 gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof

Momenteel is er een wetsvoorstel aanhangig dat ouders met kinderen tot acht jaar de eerste 9 van de 26 weken recht geeft op een uitkering van het UWV. De uitkering bedraagt 50% van het dagloon met als bovengrens maximaal 50% van het maximumdagloon. Een belangrijke voorwaarde is dat het betaalde verlof van 9 weken wordt opgenomen in het eerste levensjaar van het kind. De werkgever is voor de overige 17 weken ouderschapsverlof wettelijk geen loon verschuldigd. De overige 17 weken ouderschapsverlof kunnen nog steeds tot de achtste verjaardag van het kind worden opgenomen. Naar verwachting gelden deze regels vanaf augustus 2022.