Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Een zwangere werkneemster heeft recht op zes weken zwangerschapsverlof en minimaal tien weken bevallingsverlof. In totaal heeft de werkneemster dus recht op minimaal zestien weken verlof. 

Gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft de werkneemster recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Deze uitkering duurt net zo lang als het verlof, minimaal zestien weken, ook als de werkneemster eerder of later bevalt dan de uitgerekende datum. 

De uitkering bedraagt 100% van het dagloon met als bovengrens 100% van het maximumdagloon.[1] Doorgaans betaalt het UWV de uitkering aan de werkgever, terwijl de werkgever het loon (onverkort) blijft doorbetalen aan de werkneemster. De opbouw van vakantiedagen tijdens het verlof loopt door.

Zwangerschapsverlof

Het zwangerschapsverlof gaat in tussen vier en zes weken vóór de uitgerekende bevallingsdatum. De werkneemster bepaalt zelf de ingangsdatum van het verlof binnen deze periode. Het zwangerschapsverlof duurt tot en met de dag van de bevalling. 

Wat de werkneemster minder dan zes weken zwangerschapsverlof opneemt, wordt opgeteld bij het bevallingsverlof. Gaat de werkneemster bijvoorbeeld vijf weken vóór de dag na de uitgerekende datum met verlof, dan wordt één week opgeteld bij het bevallingsverlof. Wordt het kind later dan de uitgerekende datum geboren, dan wordt het bevallingsverlof hierdoor niet korter.

Bevallingsverlof

Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en duurt minimaal tien weken, ook als het kind later dan de uitgerekende datum wordt geboren. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof samen duren in dat geval langer dan zestien weken.

De werkneemster kan een gedeelte van het bevallingsverlof gespreid opnemen. Dit betreft het restantverlof dat overblijft na zes weken na de bevallingsdatum. Dit restant kan de werkneemster gespreid opnemen over een periode van maximaal 30 weken in overleg met de werkgever.

Zwanger van een tweeling of meerling

Indien de werkneemster zwanger is van een tweeling of meerling, is de totale duur van het verlof langer. De werkneemster heeft dan recht op tien weken zwangerschapsverlof en minimaal tien weken bevallingsverlof. 

Het zwangerschapsverlof gaat in tussen acht en tien weken vóór de uitgerekende bevallingsdatum. De werkneemster bepaalt zelf de ingangsdatum van het verlof binnen deze periode. Het zwangerschapsverlof duurt tot en met de dag van de bevalling. Wat de werkneemster minder aan tien weken zwangerschapsverlof opneemt, wordt opgeteld bij de tien weken bevallingsverlof.

Ziekte rondom zwangerschap

Indien de werkneemster ziek wordt in de periode rondom de zwangerschap gelden afwijkende regels. Welke regels gelden, hangt af van i) de vraag of de ziekte al dan niet verband houdt met de zwangerschap of bevalling, en ii) het moment waarop de werkneemster ziek wordt (vóór, tijdens of na het verlof).

 Ziek in verband met zwangerschap of bevalling

Vóór de verlofperiode
Indien de werkneemster ziek wordt tijdens de eerste 24 weken van zwangerschap of indien zij verplicht rust moet houden van de (bedrijfs)arts, dan kan de werkgever voor de werkneemster een ziektewetuitkering bij het UWV aanvragen. De ziektewetuitkering loopt door tot de dag dat zij weer beter is of totdat haar zwangerschapsverlof- en uitkering begint. De ziektewetuitkering bedraagt in dit geval 100% van het dagloon met als bovengrens 100% van het maximumdagloon. Indien de werkneemster ziek is op het moment dat haar zwangerschapsuitkering begint, stopt de ziektewetuitkering automatisch. 

Voortijdige beëindiging zwangerschap
Ook indien de werkneemster zich ziekmeldt als gevolg van een miskraam of abortus gedurende de eerste 24 weken van de zwangerschap, kan de werkgever een ziektewetuitkering bij het UWV aanvragen voor de werkneemster. De ziektewetuitkering bedraagt in dit geval 100% van het dagloon met als bovengrens 100% van het maximumdagloon. De werkneemster krijgt dan geen zwangerschapsuitkering.

Vroeggeboorte of overlijden baby
Indien de zwangerschap na 24 weken beëindigd wordt door een vroeggeboorte of de baby bij de bevalling komt te overlijden, dan heeft de werkneemster vanaf de eerstvolgende dag recht op een zwangerschapsuitkering gedurende een periode van zestien weken. 

Tijdens de periode zes tot vier weken voor de uitgerekende datum tot begin verlof
Indien de werkneemster ziek wordt in de periode zes tot vier weken vóór de uitgerekende datum en het zwangerschapsverlof nog niet is ingegaan, dan kan de werkgever voor de periode tot het zwangerschapsverlof een ziektewetuitkering bij het UWV aanvragen. Indien de werkneemster nog steeds ziek is op het moment dat haar zwangerschapsuitkering begint, dan stopt de ziektewetuitkering automatisch.

De ziektedagen worden afgetrokken van het zwangerschaps- en bevallingsverlof van minimaal zestien weken. Het verlof eindigt daardoor mogelijk eerder dan was gepland. Wel geldt dat na de bevalling het verlof altijd nog minimaal tien weken duurt. De werkelijke einddatum van het verlof hangt dus af van de bevallingsdatum.

Tijdens de verlofperiode 
Indien de werkneemster ziek wordt tijdens de verlofperiode heeft zij geen recht op een ziektewetuitkering, maar loopt de zwangerschapsuitkering door. De werkgever hoeft de ziekmelding dan ook niet aan het UWV door te geven.

Na de verlofperiode
Indien de werkneemster ziek is na de verlofperiode en de ziekte verband houdt met de zwangerschap of bevalling, dan heeft de werkneemster recht op een ziektewetuitkering van het UWV. De ziektewetuitkering bedraagt in dit geval 100% van het dagloon met als bovengrens 100% van het maximumdagloon voor een maximale duur van twee jaar.

Ziek, maar niet door zwangerschap of bevalling

Vóór de verlofperiode: tijdens de eerste 24 weken zwangerschap
Indien de werkneemster ziek wordt vóór de verlofperiode, maar de ziekte geen verband houdt met de zwangerschap of bevalling, dan gelden de gewone regels die gelden bij ziekte. De werkneemster behoudt dan recht op loonbetaling van de werkgever.[2]

Tijdens zes tot vier weken voor de uitgerekende datum tot begin verlof
Indien de werkneemster ziek wordt in de periode zes tot vier weken vóór de uitgerekende datum en het zwangerschapsverlof nog niet is ingegaan, dan kan de werkgever voor de periode tot het zwangerschapsverlof een ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV. Wel wordt het aantal ziektedagen afgetrokken van het verlof van zestien weken. Indien de werkneemster nog steeds ziek is op het moment dat haar zwangerschapsuitkering begint, dan stopt de ziektewetuitkering automatisch.

Tijdens de verlofperiode 
Indien de werkneemster ziek wordt tijdens de verlofperiode behoudt de werkneemster aanspraak op de zwangerschapsuitkering. De werkneemster heeft dan dus geen recht op een ziektewetuitkering.

Na de verlofperiode
Indien de werkneemster ziek wordt na afloop van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, dan heeft de werkneemster recht op loonbetaling door de werkgever.[3] De werkgever kan dan geen ziektewetuitkering voor de werkneemster aanvragen bij het UWV.


[1] Het maximumdagloon wordt jaarlijks vastgesteld door de overheid. Het maximumdagloon is per 1 januari 2020 vastgesteld op € 219,28 bruto per dag c.q. € 4.769,34 bruto per maand.

[2] De werknemer heeft bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte tijdens het dienstverband gedurende maximaal 104 weken recht op minimaal 70% van het brutosalaris vermeerderd met vakantietoeslag, voor zover dat loon niet hoger is dan wettelijk maximumdagloon. Gedurende de eerste 52 weken heeft de werknemer minimaal recht op het voor hem geldende minimumloon. Het is niet ongebruikelijk dat de werkgever aan de werknemer een hoger percentage van het salaris betaalt, bijvoorbeeld het eerste jaar 80% of 100% en het tweede jaar 70% van het salaris.

[3] Zie voetnoot 2.